Onuitwisbare herinneringen

12 januari 2021

Het gebeurt bij programma’s als de onze gelukkig niet vaak, maar het is wel onvermijdelijk: mensen overlijden voor het gesprek met hen is uitgezonden. Bo Keller, verhalenverteller pur sang, is er niet meer. Hij overleed afgelopen week. We filmden twee keer thuis bij deze voormalige KNIL-militair, hij wist dat hij niet lang meer te leven zou hebben. Juist daarom wilde hij graag een bijdrage leveren aan de serie. Wij hingen aan zijn lippen. Hans omschreef het als onbewimpeld eerlijk vertellen hoe het was. Hoe hij als KNIL-militair opdrachten uitvoerde, hoe schizofreen het was om tegen Indonesische vrienden te vechten, hoe een mens een beest kan worden. En toch ook empathisch kan zijn.

George Wilhelm Keller, zijn officiële naam, is 92 jaar geworden. Zijn Sumatraanse jeugd valt in twee perioden uiteen. Hij komt uit een redelijk welvarend Indo gezin. Zijn vader is opzichter bij de Ombilin mijnen in Sawahloento. Maar als Bo twee jaar oud is, wordt zijn jongere broertje ernstig ziek. De traditie wil dat hij als oudste alle kracht weghaalt en daarom elders moet gaan wonen. Bo gaat naar oma en opa, honderd kilometer verderop, in een kampong aan de kust. Het is er primitief, ze wonen in een houten huis op palen. Daar zat muziek in, zegt Bo, het huis leefde. En al is er soms honger en helpt hij opa dan om wat eieren achterover te drukken (een minpuntje van opa, lacht hij), voor Bo is het een gelukkige tijd vol vrijheid. De terugkeer naar zijn ouders, hij is dan tien jaar, valt hem zwaar. Veel bidden, veel slaag, zo kan je het wel samenvatten. Het stenen huis is doods, zijn broer en zusjes spreken alleen Nederlands, niet het mengelmoesje van Indisch en de lokale taal waar Bo mee is opgegroeid.

Bo is de derde van links, naast zijn vader

Het Nederlands-Indië van Bo kent vele bevolkingsgroepen. Ze figureren in zijn verhalen, elk met hun eigen gewoontes. Indonesiërs uiteraard, van allerlei herkomst (Bo wijst graag op zijn band met de Niassers). Er zijn Chinezen, er zijn Arabieren, er zijn Nederlanders. En er zijn de Indo’s, waar hij zelf bij hoort. Bo’s vader is het kind van een Nederlandse vader en diens Indonesische huishoudster afkomstig van Nias, een njai. In 1926 wordt hij als Indo opgeroepen voor de dienstplicht – en weer naar huis gestuurd. Er blijkt een fout in het bevolkingsregister te zijn, daar staat hij ingeschreven als inlander. Die mogen niet onder de wapenen komen. Het zal een frustratie blijven die pas goed komt als vader Keller na mei 1940 kan toetreden tot de Stadswacht. Het gezin Keller moet op en top Nederlands zijn. De onhandelbare kwajongen Bo past er slecht in.

Bo bij het KNIL

Als buitenstaander uit een andere tijd is het voor mij soms onwerkelijk: al die verschillende groepen met hun eigen cultuur en eigen religie, allemaal trots, en allemaal met een eigen plek in de koloniale rangorde. ‘Een leven met fikse gebruiksaanwijzing’, constateert Hans tijdens het gesprek, ‘al die rangen en standen.’ Bo noemt het een ‘Indische kwaal’. Na de Japanse inval stort het bouwwerk in, of liever: de rolverdeling verandert. Maar was dat het einde van de hiërarchie waar wit bovenaan staat? Daar gaat de discussie van nu over. Verwarrend vind ik dat soms, opgevoed als ik ben met idealen van gelijkwaardigheid. Het fascinerende van het gesprek met Bo Keller is dat hij vooral beelden oproept, hij geeft geen analyse. Hij doet zijn best weer te geven hoe het was om te leven in die hiërarchie. De kijker kan zelf oordelen. Alleen daarom al ben ik heel blij dat we Bo’s verhaal konden vastleggen.

Bo bij een presentatie in Bronbeek

  1. Zoveel jaren later en met de mogelijkheden van nu. Het is fijn, mooi om de chaotische geschiedenis te ontleden om te kunnen begrijpen wat er speelde. Hoe het een en ander als vliegwiel voor andere ontwikkelingen werkte. Bijzonder dat jullie dit doen. Ik ben steeds weer blij met de stukjes ontbrekende informatie .Ga zo door!💌

    20 januari 2021 10:29 Riekje Hoffman
  2. Geachte R.L. Mertens, dit gaat over mijzelf, ik ben opgevoed met de idealen van gelijkwaardigheid en dan gaat het over de jaren zestig en zeventig in Nederland. En over idealen. Wat niet hetzelfde hoeft te zijn als de praktijk. Er was in die tijd vast ook discriminatie. Maar dat was niet bij wet vastgelegd. Dat was wel het geval in het vooroorlogse Indië. In dat laatste heeft u volkomen gelijk.

    14 januari 2021 10:43 gerdajh
  3. 'met idealen van gelijkwaardigheid etc.'- Juist helemaal niet! Totaal geen gelijkwaardigheid. De (raciale) art.163 staatsregeling; Europeanen-Vreemde Oosterlingen - Inlanders; maakte dat ieder invidu zijn sociale positie in acht moest nemen. De Indo (indien gewettigd), ingedeeld als Europeaan had de laagste Europese status. Zijn bruine huidskleur en houding(!) moest voorkomen dat hij als inlander werd aangemerkt; de laagste sociale trede in een maatschappij van heersers en dienders.

    13 januari 2021 20:35 R.L. Mertens
  4. buitengewoon interessant!
    wist/vermoedde niet dat er zoveel cultureel variaties zijn geweest- met al die uiteenlopende en toch vaak nauw verwante samenlevingen is dat blijkbaar zo gegaan..! Zie uit naar (ook) deze aflevering!

    12 januari 2021 12:38 Anna Djajasoebrata